De zin van schuld en Schaamte


De zin van schuld en Schaamte

De zin van schuld en schaamte

“We hebben de zachte ogen van de ander nodig om met nieuwe ogen naar onszelf te kijken”


Schuld focust op wat we doen, op schadelijk gedrag naar de ander. Schaamte gaat over wie we zijn. Schaamte en schuld kennen we allemaal. Het zijn zowel nuttige als lastige en complexe emoties. Schaamte en schuld zijn evolutionair gezien later ontstaan dan de vier primaire basisemoties: blij, boos, bang en bedroefd. Omdat ze lastig zijn hebben we de neiging om ze te ontwijken.

Schaamte en schuld zijn relatie thema’s

Om als mens te kunnen overleven en veilig te zijn is het noodzakelijk om deel uit te maken van een gemeenschap. Schaamte is hierbij bijzonder nuttig. Schaamte beschermt tegen uitwassen en asociaal gedrag. Bij schaamte speelt namelijk het beeld dat ander van mij heeft. Vanuit het verlangen ok te zijn in de ogen van de ander. Je zou ook kunnen zeggen in de ogen van de grote ander, van dat wat groter is dan wij. Schaamte geeft nederigheid en besef van onze menselijke maat. We zijn een druppel in de oceaan. Hoe belangrijk we onszelf soms ook vinden, of hoe dik onze maatschappelijke functie ook is. Schaamte relativeert ons ego.

Schaamte is bij uitstek een relatiethema. Wie ben je, wie zou je kunnen zijn of worden?

Wat wil je verhullen en wat durf je te onthullen? Heb je de moed om kwetsbaar te zijn en je pijnpunten en onvolmaaktheden te tonen? Werken met schaamte is werken met schaduw. Het geeft verbinding met de ander. Als we onze schaduw en licht integreren zijn we heel of compleet.

 

Schaamte toelaten vraagt een bedding van vertrouwen

Als we uit een oude gewoonte of patroon willen stappen ervaren we schaamte. Het voelt niet goed om iets anders te kiezen dan wat we al jaren gewend zijn. Bijvoorbeeld: als hard werken met de paplepel is ingekregen is het heel onwennig om het kalm aan te doen. Je hebt dan met je schaamte te dealen. En vaak te oefenen om de switch nemen, zodat het rust nemen vertrouwder wordt. De schaamte zal steeds minder worden. En uiteindelijk ontstaat een grote flexibiliteit en kan je per situatie, per context kiezen of je hard werkt of het eens van een afstandje bekijkt. Dat is vrijheid en heelheid. Je kent dan beide polen.

Schaamte toelaten, vraagt een liefdevolle bedding van veiligheid en vertrouwen. Zoals bij een betrouwbare vriend, partner of begeleider. Er zijn twee vormen van schaamte. Gezonde schaamte: de eerbied voor het grote geheim van het leven. Het besef van onze naaktheid en kwetsbaarheid. Dit leidt tot nederigheid en gedeelde menselijkheid. We zijn van de menselijke maat. Het geeft de kans op zelfonderzoek en een blik op onze eigen verantwoordelijkheid. Gezonde schaamte is verbonden met bewustzijn en intimiteit in het contact. We hebben de zachte ogen van de ander nodig om met nieuwe ogen naar onszelf te kijken. Vergiftigende schaamte: het gevoel van miskenning. Een te grote schaamte is ongezond en kan onze identiteit en heelheid beschadigen. Hierbij kan het gaan om negatieve oordelen over het lichaam, gedrag, familiegeschiedenis of de littekens en kwetsuren van ons leven. Deze vorm van schaamte maakt eenzaam. Het is een krampachtige waarheid vanuit het eigen denkkader. Het veroorzaakt een uitsluiten van risico’s, waardoor bijvoorbeeld intimiteit wordt vermeden. Het geeft vervreemding van onszelf.
Schaamte kan verbonden zijn met verraad: we zijn verraden door onszelf of via de als het ware ingeslikte ogen van de ander (bijvoorbeeld van een kritische ouder). Dit kan de neiging geven tot vermijden of onszelf kleiner maken dan we zijn. We zetten dan ons licht onder de korenmaat.

Bij mensen met veel schaamte ervaring wordt het gevaarsysteem sneller getriggerd.
Zie hiervoor de blog emotieregulatie en compassie. 

Als we hoge eisen aan onszelf stellen is er angst om tekort te schieten, en om niet geaccepteerd te worden. Hoe groter afstand tussen onszelf en ons ideale zelf: hoe makkelijker we ons schamen.

Als we het negatieve beeld van de ander over ons overnemen, kan schaamte naar binnen slaan. Schaamte wordt dan geïnternaliseerd. We doen er nog een schepje bovenop: we bekritiseren en kleineren onszelf. We vallen onszelf aan. Het gaat over het zijn: ik ben slecht.

Vooral bij jonge, afhankelijke en kwetsbare kinderen is dit destructief. Heftige schaamtevolle herinneringen hebben een gelijke impact als traumatische herinneringen. Ze geven dezelfde stress en fysieke verschijnselen.

Schuld betekent verantwoording nemen voor ons gedrag

Schuld is evolutionair later ontstaan dan schaamte, toen niet alleen zorg krijgen maar ook zorg geven steeds belangrijker werd. Schuld gaat over het beeld dat ik van de ander heb. Schuld is gekoppeld aan empathie, aan invoelend vermogen. Wat heb ik de ander aan gedaan? Schuld heeft impact op de ander. We staan bij iemand in de schuld. We hebben iets af te betalen, te herstellen. Het gaat om verantwoordelijkheidsbesef. Hoe kan ik het goedmaken?

Schuld focust op wat we doen, op schadelijk gedrag naar de ander. Schaamte gaat over wie we zijn. Schuld is een nuttige emotie als deze is ingebed in zorgzame mentaliteit en kan helpen om sociale relaties te herstellen.

Schuld is geen nuttige emotie als we ons schuldig voelen voor dingen waar we niet verantwoordelijk voor zijn, die buiten onze invloedsfeer liggen. Het is verhelderend om onderscheid te maken tussen waar we wel en geen verantwoording dragen.

Schuld wordt destructief als deze het emotie gevaarsysteem in sterke mate triggert.

Verschil tussen schaamte en schuld

Schaamte is naar binnen gericht en geeft dissociatie. De aandacht is gericht naar beschadiging van reputatie en zelfschade. Het gaat over ik –ik. Ook the dark shadow of the mind genoemd.
Er ontstaat geen empathie. Er is geen sprake van goedmaken of het repareren van de relatie.

Gevoelens: paralyse, angst, verwarring, leegte, boosheid naar jezelf gericht

Gedachten: over jezelf: negatieve oordelen

Gedrag: gedwee, gelaten, onderdanig, opluchting, ontsnappen, verontschuldigen, ontkennen, vermijdend, verplaatsend, zelfschade.

Schuld is naar buiten gericht, de aandacht naar de lijdende of gekwetste ander. De focus ligt op gedrag: op wat je hebt gedaan.

Gevoelens: spijt, verdriet, wroeging, berouw

Gedachten: aan de ander, sympathie, empathie

Gedrag: gefocust op excuus, verontschuldiging, reparatie, compensatie, vergoeding.

Relatie tussen schuld en schaamte

Als we geleerd hebben bang te zijn voor onze fouten, wordt schadelijk gedrag naar de ander schaamtevol gedrag. ‘Ik ben slecht’ in plaats van’ ik maak een fout, die ik kan herstellen.’

Een fout is dan niet iets om van te leren, maar wordt gebruikt als bewijs dat we niet deugen.

Kleine fouten worden opgeblazen. Zelfkritiek kan zich dan vergroten tot zelfhaat. De innerlijke pestkop wordt gevoed en versterkt.